Amersfoort,  Engelen

Vluchtelingen

Eerste Wereldoorlog, het ging al snel fout. Het front tussen Duitsers en Fransen lag in hoofdzaak ten zuiden van de Belgische grens. Antwerpen echter was van groot strategisch belang. Begin oktober viel de stad in handen van de Duitsers. Naar schatting vluchtten toen 40.000 soldaten en 1 miljoen Belgische burgers (!!) richting Nederland. Een van de steden waar erg veel Belgen werden opgevangen was Amersfoort, dat werd omgedoopt tot ‘Belgenhoofdstad van het land’, niet vreemd, dat daar later in 1938 het Belgenmonument werd onthuld. Liefst 19000 werden er opgevangen. De meesten van hen waren militairen, die konden verblijven in de Juliana van Stolberg kazerne (inmiddels heeft het een herbestemming en is het park naar haar genoemd). Over Amersfoort later meer…

Hoorn

Wim Engel sr was op dat moment nog helemaal niet in Amersfoort, al zou hij vanwege de infanterie waar hij bij was snel in die stad worden geplaatst. In de aanvang van WO I was hij echter in het stadje Hoorn in West Friesland. In een eerder gepubliceerd bericht (de insubordinatie) heb je al kunnen lezen hoe hij daar een flinke snee van een mes had opgelopen in zijn bovenbeen. Hij blijkt al vroeg te zijn ingedeeld bij het ‘Comité Opvang Belgische Vluchtelingen‘. De opvang destijds ging net zo min vanzelf als nu. In 2025 zou Hoorn volgens de spreidingswet 399 vluchtelingen moeten opvangen, ook al levert dat veel discussie op. Die discussie blijkt van alle tijden. 110 jaar terug ging het bijvoorbeeld over Katholieken die in een Protestants dorp zouden moeten wonen. En … wat als ze Frans (Waals) spraken??? Gemekker en gemor is er dus altijd….

In het plaatselijk nieuwsblad worden de leden van de diverse sub comités genoemd. Onderaan rechts zie je opa.

In 1914 was sprake van ‘enkele honderden’ uit België afkomstige vluchtelingen. Ondanks het gemekker en gemor kwam het tot opvang en oogstte dat dankbaarheid onder de Belgische vluchtelingen. De dank ging óók naar mijn opa en diens inzet. In mijn archief vond ik een gedichtje dat alleen maar van die Belgen afkomstig kan zijn. W.F. Engel wordt genoemd en hij heeft niet voor niets gemeend dit als aandenken te bewaren.

De Vluchtelaren

Links mijn transcriptie, rechts de voor- en achterkant van het op een A5-je handgeschreven tekstje. Hoe en waar dit is voorgedragen weet ik niet.

Wij Hooren’s vluchtelaren
In volle comité
Voor wij naar Nunspeet varen
Nog dit communiqué
Wij schreven onze Koning ginder
Dat in deez’ skoone stad
Man noch vrouw noch kinder
Een schoonren beschermer had
Dan onze Engel den Luitenant
Uit het neutrale Nederland
Hij heeft ons aller hart gewonnen
Wat waren wij zonder hem begonnen!
Diegenen die wij nooit gedaan
Die leerde hij ons spelend aan:
Zoo ons zelf en de kinders wasschen
Met vod en bezem plassen
De kinders leerden legen
Dat deden ze nooit voor degen
Op zijn bevel kwam alles klaar
Zelfs kinderen bracht de ooievaar
Toen heeft de koning gedecideerd
En hem deez orde gehonoreerd
De medaille van den vluchtelaar
Bestemd voor wie van zessen klaar
Zich verdienstlijk maakte voor de Belgen
Ah ridder zullen we nu hem omhelzen,
Maar wij, wij niet achterstaan
En bieden daarbij een fijn souvenirtje aan
En zeg nu eens, oome, zulle —
Letten zij je niet gou in je bulle??
De Belgen

Dankjewel van de burgemeester

Dat deze hulp ook bij de overheid niet ongemerkt voorbij is gegaan bewijst een brief die ik aantrof in mijn archief. Deze brief zal later nog terugkeren als Wim Engel na een verblijf in Indonesië weer terugkeert in Nederland, maar dan zijn we al in 1932.

De Duitschers te Achel

Onder dit kopje staat in de hierboven genoemde krant een artikel dat toont hoe dichtbij de Eerste Wereldoorlog kwam. Achel ligt op nog geen 15 km van Eindhoven. Ik kopieer en plak hier enkele teksten uit de Hoornsche Courant :

Men meldt ons uit Valkenswaard:

“Vrijdag verscheen in Achel een auto met 2 Duitsche officieren. Zij zonden den gemeente-secretaris van Achel, den heer Kooiman, als parlementair naar de Achelsche kluis, het klooster waar de Belgische generaal De Schepper met zijn manschappen verblijf houdt. Daarna had tusschen het klooster en het station een onderhoud plaats tusschen generaal De Schepper en de Duitsche officieren, dat meer dan anderhalf uur duurde, doch naar ik vernam, geen resultaat ‘had. Gisterenmorgen zijn tusschen enkele Begische en Duitsche soldaten geweerschoten gewisseld. De Duitschers gingen versterkingen halen en dreigden met 800 man te zullen terugkomen. De bevolking van Achel vlucht.

Gesneuveld

Een later bericht voegt hieraan toe: In het gevecht van gistermorgen aan de Achelsche Kluis, sneuvelden 1 Duitscher en 1 Belg, 1 sergeant werd gewond, die door de Nederlandsche ambulance werd opgenomen. De Duitschers zijn bezig de abdij te omsingelen en zijn ongeveer 200 man sterk, terwijl er nog meer verwacht wor den. De bewegingen zijn aan den grens goed waar te nemen. De bezetting der abdij bedraagt 150 man. Over de beschieting van het klooster wordt nog verteld: Drie Duitsche kanonnen waren opgesteld nabij het station. Eerst werd een geweervuur geopend op het klooster, doch zonder resultaat. Vervolgens gebruikten de Duitschers de kanonnen. De Duitsche artillerie arriveerde Zaterdagmiddag met; een aantal wielrijders tezamen ongeveer 1000 man. Het klooster werd omsingeld; de Belgen hadden zich verschanst. Een gepantserde auto stond gereed om de grens over te komen. De Belgen beantwoordden het geweer- en geschutvuur der Duitschers met een mitrailleur. De kleine toren der Kluis werd geraakt en stortte ineen. Daarna liet de generaal zich met al zijn manschappen door de Nederlandsche grenswacht interneeren. De Belgen werden onder Nederlandsche bewaking naar Valkenswaard gebracht en van daar per trein verder getransporteerd. De paters van het klooster zijn eveneens naar Nederland gevlucht. Officieel bericht. De Engelsche legatie te ’s Gravenhage deelt mede: Er is niets waar van de geruchten, die geloopen hebben als zouden van Zr. Ms. vloot nog andere schepen gezonken zijn of een ander ongeluk hebben plaats gehad dan die waar omtrent reeds officieel mededeeling is gedaan. Militaire huisvlijt-wedstrijden. Niet minder dan 18 afdeelingen en 4 correspondentschappen van den volksbond hebben thans een aanvang gemaakt met de regeling van de militaire Huisvlijt-Wedstrijden voor de Bezettingstroepen gelegerd in en om een honderdtal forten in de 5 verschillende verdedigings Een opwekkings-ciculaire is in 75000 ex. onder de militairen verspreid.

In drij weken.

Men schrijft uit Roosendaal aan de N.R. Ct. (en hier zie je dat automatische OCR niet altijd even goed verloopt): Ziedaar het refrein, dat elk uitwijkeling men nu al in de ooren getuit heeft in den trein, die van station tot station voortkroop en nu eindelijk zeven kwartier te laat Roosendaal binnen kwam steunen. De derde-klasse-wachtkamer herbergt er nog een dertig gezinnen, die, wat de vrouwen en kinderen betreft het zich op stoelen en banken zoowat gemakkelijk maken. De mannen zitten er bij neer of staan in groepjes te kijken naar de hun onbekende uniformen der verWganers of detachementen voor de Zeeuwsche marechausseeposten bestemd Nieuwe vluchtelingen zijn maar weinig aangekomen heden. Een paar groepjes uit Vlissingen en Zeeuwsch-VIaanderen. Veel meer zijn er vertrokken. Terug naar België een hoogst enkele. Al leest en herleest men de bekende Duitsche proclamaties. T7r. ^A.idon 7nn (rtinrnp willen terugkeeren, zeggen ze allemaal. O zoo graag want onze zaken verloopen en als hij er gaat bazen, wat dan?” —„Waarom gaat gij dan niet?” —„Gaan? „in drij weken.” Nu niet. Die „drij weken” hebben iets geheimzinnigs iets mystieks. Men hoopt iets en dat iets moet gebeuren binnen „drij weken”. Doch wat dat is blijft een raadsel. Eindelijk spreek ik een Belg, die teruggaat. Ah ,zekers, morgen vroeg zien hoe de zaken staan. Hij is boven de jaren van krijgsgevangen te worden gemaakt, want zóó vat men die woorden op. Maar zijne vrouw en kinderen laat hij voorloopig nog hier. —„Ja waarom? Hij vertrouwt het niet die toegezegde veiligheid, die vrijheid van beweging lijkt te mooi om waar te ‘zijn. —Als we teruggaan naar Antwerpen en alles gaat weer zijn geregelden gang dan heeft hij ons, moeten we bloede/i voor de oorlogsschatting, of betaalt hij met bons, die niets waard zijn. En als ’t gebeurt, dat hij terug moet, heeft hij ons in de stad, kunnen de vrienden de stad zelf niet dreigen met een bombardement. Als het waar is, dat ik me vrij mag bewegen, dat al die beloften waar zijn — maar eerst zelf zien! kom ik mijn gezin halen. Anders kom ik alleen er wel weer uit en dan zullen we verder zien. „In drij weken.””

Laat een antwoord achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *