Engelen,  Vaderlandse Club

De kranslegging

Het is voorjaar 1934. Wim Engel en familie wonen in Den Haag, inmiddels na 2 verhuizingen in de Kwikstaartlaan nr 6. Onthoud dat adres. Diverse kranten melden het leggen van een krans door de Vaderlandse Club bij het graf in Delft van de in maart gestorven koningin moeder Emma. Deze regentes na de dood van Willem III was erg populair onder de koningsgezinde Vaderlandse Club, zo blijkt, want ze lieten met het vliegtuig (de Pelikaan) een krans uit Batavia overkomen en stuurden voor de ceremonie hun allerbeste voormannen. Subtiel…. op de tweede rij mijn opa en oma.

Het artikel

Nu gaat het mij niet alleen om deze gebeurtenis, maar meer nog om de namen die ik las in dat artikel. Weet je nog, toen ik het over ‘De Afschriften‘ had, hoe 4 namen op deze pagina eruit sprongen??? Welnu, dat waren dezelfde heren!! In ieder geval 3 ervan, die bij deze kranslegging genoemd werden. Dat verdiende verder te worden uitgezocht. Over de foto boven het krantenartikel: Vermoedelijk dezelfde fotograaf heeft op een iets eerder of later moment nóg een foto gemaakt en die zie je in de grotere en beter zichtbare foto, die ik in mijn archief terugvond. Vergelijk zelf maar….

De foto die ik heb

Een Kranslegging in Delft , april 1934, waarin de Vaderlandse Club aan de gestorven koningin moeder Emma eer betoont.

Dat opa hierbij een rol had blijkt óók uit het feit, dat hij erbij was toen de krans uit het vliegtuig kwam. Dat is vrij logisch als je secretaris bent en dat was hij dan ook. Lees de artikels hieronder.

Was bij oprichting van de Nederlandse afdeling van de VC het secretariaat ervan nog gevestigd op de Nicolaistraat nr 78 in Den Haag, in 1934 was het de Kwikstaartlaan nr 6 in dezelfde stad. Ik heb eerder al aangetoond, dat dit het derde en laatste adres was van de familie Engel in Den Haag. Welnu, het tweede was niet anders, in 1933 het woonadres van de familie Engel.

Die namen …..

Voor het document verwijs ik naar een vorig bericht. Onderaan, bij de ‘Personen, waarbij inlichtingen zijn in te winnen in Nederland’, komen bij nauwkeurige beschouwing hoogst opmerkelijke namen tevoorschijn. De laatste 4 komen namelijk allen voor in de geschiedenis van de Vaderlandse Club. Ik baseer mij mede op teksten uit de dissertatie van Dr. P.J. Drooglever over deze club, maar artikelen en advertenties in kranten en tijdschriften bevestigen het beeld. De mannen zijn:

M.B. Van der Jagt , Oud-Gouverneur van Soerakarta

Dat is de man op de foto’s die de krans vasthoudt. Deze van der Jagt speelde ook in de aanvangsfase van de VC een belangrijke rol. Al in 1918 liet hij van zich horen. Drooglever noemt hem ‘de meest uitgesproken representant van een minderheid, die niet wilde meewerken aan de uitvoering van door de Volksraad gewenste ‘novemberbelofte’. (p. 18) ’, waarbij het plan was, dat Indië ‘binnen afzienbare tijd zijn eigen aangelegenheden zou kunnen regelen .

Van der Jagt beschouwde het urgentieprogramma van de Nederlandsch-Indische Vrijzinnige Bond de NIVB – waarin o.a. gevraagd werd om een versnelde invoering van een parlementair stelsel in de kolonie – als een staaltje van fantastisch-magorische plannenmakerij. ” (idem p 18) Daarmee kreeg ook Gouverneur Generaal Van Limburg Stirum, de hervormingsgezinde bestuurder van wie deze plannen kwamen, een flinke veeg uit de pan. Drooglever: “Van der Jagt hield in 1918 al een speech waarin hij de nadruk legde op de ‘verwording’ van de inlandse beweging en met name de activiteiten van Sarekat Islam als misdadig kwalificeerde. …. De desa-javaan zou ermee op een dwaalspoor gebracht worden.” Hij riep dan ook op tot drastische maatregelen om die ontwikkelingen te stoppen. Het gehele weldenkende publiek zou zonder moeite de morele steun geven die nodig was voor dergelijke maatregelen. Die ‘donderende’ rede viel niet in goede aarde bij de Volksraad, maar de toon was wel gezet . (p 19)

De Volksraad, te mooi beschreven als een protoparlement, eerder een parlementair instrument ter manipulatie, kon zich er wel van distantiëren, maar de media maakten gretig gebruik van dit nieuwe geluid. In bladen als De Java Bode, Het Soerabajaasch Handelsblad en Het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch Indië werd hij toegejuicht. Van alle kanten stroomden steunbetuigingen binnen en in no time had hij 4000 handtekeningen, van ‘merendeels leidende persoonlijkheden – niet ambtenaren’.

De aanval die Van der Jagt had gepleegd op de ‘hyper-ethische politiek’ had zoveel succes dat later – in 1929 uiteindelijk – de VC werd opgericht. Het Algemeen Syndicaat van Suikerfabrikanten stond achter hen. Ook de Java Suiker Werkgevers Bond was het eens. Dit is relevant, omdat mijn opa met name in 1925 als boekhouder werkzaam was in de Suikerindustrie en dus de belangen van deze groep maar al te goed (onder-)kende.

Het vc van de VC

In Nederland komt die naam Van der Jagt weer terug. In mei 1932 had de voorman van de VC in Nederlands Indië, Fruin, tijdens zijn verlof in Den Haag een Vertegenwoordigend Comité opgericht (hé, opnieuw vc !!!). Dat comité had 7 leden en Van der Jagt was er de voorzitter van. Hoewel mijn opa in dat verband niet wordt genoemd en ook geen zitting nam als commissielid, mag ik vanwege andere gegevens in mijn bezit aannemen, dat hij er wel mee te maken had. Een van de leden was Westerman, een kamerlid met fascistische sympathieën, kandidaat overigens van het VNH (=Verbond voor Nationaal Herstel ). Natuurlijk nam Van der Jagt óók zitting in het bestuur van deze partij. Maar opa speelde als secretaris een rol ‘op de achtergrond’.

Van de taal die gebezigd werd kun je veel opsteken over de manier van denken: ‘de geestelijke ontreddering in het Moederland’ en ‘groeienden invloed van gezagsvijandige groepen en staatsontbindende stroomingen aldaar’ … Onmiddellijk voel je aan in welk klimaat we komen te verkeren.…..

De man die het woord voert is dus niemand anders dan B.M. van der Jagt. Oma Engel staat naast haar man en kijkt naar de grond. Wim Engel staat achter Van der Jagt. Zij maakte op de achterzijde de notitie die ik hier opnieuw insluit. Dit was eigenlijk de allereerste hint die ik kreeg, want oma schrijft ‘de Vad. Club‘ en spreekt over ‘krans aangebracht met het Indië vliegtuig‘. Ik kende eerder geen enkele relatie met Delft, tot ik dus bovenstaande namen en artikelen aantrof. Nu weet ik beter…..

Echt staven, dat opa deel uitmaakte van ‘het vc’ verliep moeizaam tot ik de brochure aantrof over de kolonisatie van Nieuw Guinea. Als hij geen lid was, wat deed hij dan in Delft? Of, wat deed hij in dat krantenartikel? Wat deed mijn oma daar?? Hoe komt hij op het vliegveld naast het lid Putman Cramer te staan????

De Friesche Terp

Een later lid van het Vertegenwoordigend Comité dat zeer prominent in de annalen van de VC voorkomt is ene dr. Bouwe Vrijburg. Zijn echtgenote deed mee aan de oprichting van de melkveehouderij op Java, die ‘De Friesche Terp‘ genoemd werd. Deze bestaat nog steeds en heeft een eigen Instagram. Het moeten ook bekenden zijn geweest van het gezin Engelm dat daar in 1925 zelfs op bezoek is geweest. In de albums komt er een foto van voor. Toen zij in 1933 begonnen aan de commissie die de plannen tot kolonisatie van Nieuw Guinea vanuit de VC zou ontwikkelen. was dit een weerzien. Als toegevoegde kracht kwam deze ‘kolonisatiekampioen‘ Vrijburg de VC ondersteunen.

Je zou aan deze informatie over slechts één persoon al genoeg moeten hebben om te weten welke politieke kant mijn opa destijds heeft gekozen, maar laten we de andere 3 niet vergeten.

L. H. W. van Sandick, Oud-Lid van den Raad van Ned. Indië

Deze man komt eigenlijk pas later in beeld, maar in het sollicitatie en referentie geheel dat mijn opa maakte staat hij als tweede. Ook Van Sandick komt uitgebreid aan bod in de dissertatie van Drooglever, als een van de totoks die de VC een warm hart toedroegen en wellicht ook een tijdje lid van ‘het vc van de VC’ in Den Haag. Hij beëindigde in 1932 – voorlopig – zijn  carrière als lid van de Raad van Indië. Toen in Nederland de al genoemde studiecommissie werd opgericht die de mogelijkheden van emigratie naar Nieuw Guinea en dus een tweede kolonisatie zou propageren, was Van Sandick de hoogste in rang en werd er dus de voorzitter van[1]. Nieuw Guinea was het nieuwe ‘land of opportunity’ voor veel Nederlanders en de VC liet zich niet onbetuigd. Ik schrijf er nog een apart bericht over.

Op 5 februari 1934 bracht de commissie Van Sandick het rapport uit. Ja, het kon met Nieuw Guinea, mits het land zich naar Australisch en vanzelfsprekend grootkapitalistisch model ontwikkelde tot een blank gebied. In Nederland zelf reageerde eigenlijk alleen de NSB als partij positief. In Indië was men razend enthousiast. Denk je eens in, ‘een Nieuw Guinea als vijfde deel van het Koninkrijk der Nederlanden’[2]. Een Nieuw Guinea spektakel was in het belang van de VC , die zo probeerde de leden uit de greep van de fascisten te houden. Vermoedelijk gaat het bij deze telg uit het geslacht om Leonard Henrik Willem van Sandick, gestorven in 1936 (+ 60 jr)


[1] Drooglever Blz. 198-202
[2] Drooglever Blz. 201
[3] Bron is afkomstig uit het boek Een Verborgen Geschiedenis van Thom Hoffmann

A. F. H. Winter, oud-kolonel N.I.L.

Ook van deze man is het waarschijnlijk, dat opa hem al eerder kende, in Soerabaja. Meneer Winter werd in 1929 de eerste voorzitter van de VC in Soerabaja. De ontwerpstatuten beschrijven het vooralsnog zo: “De VC, zich stellende op den grondslag der onverbreekbaarheid van den band, welke de verschillende deelen van het Koninkrijk der Nederlanden tezamen houdt, zooals uitgedrukt in artikel 1 van de Grondwet, heeft ten doel te ageeren tegen alle invloeden, welke dit beginsel aantasten, daarnevens stelt zij zich ten doel de behartiging van de Nederlandsche bevolking in deze gewesten.”[3] Nog nét geen Politieke Partij, maar het zit eraan te komen. In ieder geval had deel twee van dit beginsel tot gevolg, dat enkel Nederlanders lid konden worden. Het associatiebeginsel – aangehangen door alle andere partijen – werd overboord gezet. Winter voerde overleg met alle erkende Indische Politieke Partijen, maar de teleurstelling was groot. Niemand wilde eraan. Er zat weinig anders op dan zelf óók maar partij worden. Vanaf 1 oktober 1929 had men een eigen orgaan met – hoe kan het ook anders – de naam Nederlandsch Indië, met een oplage van 10.000 exemplaren.

Over Winter wist een andere legercommandant, La Lau, te melden dat deze gekenmerkt werd ‘door een sterk waarneembare neiging tot aanmatiging, tot oppervlakkigheid en druk doen en door een voorliefde voor het gebruik van grote woorden bij het ontwikkelen van zijn denkbeelden.[4] Een kwalificatie, zo voegt Drooglever daar fijntjes aan toe, die ook ten aanzien van enkele andere VC-leiders niet misplaatst zou zijn geweest. Het zou mij benieuwen of daaronder mijn opa viel. Uitgaande van het gebrek aan gegevens neem ik aan van niet, d.w.z. ik geef hem het voordeel van de twijfel. Je moet zelf maar opmaken uit alle berichten die er zijn en alle berichten die nog volgen of die aanname klopt. Winter staat te boek als de auteur van diverse artikelen rondom het thema krijgskunde en Nederlands Indië


[3] Drooglever blz. 32
[4] Drooglever Blz. 47

Ir. H. W. van der Voort, Oud-Directeur Haven Soerabaja

Het handschrift hierboven is van mijn opa. Kun je je voorstellen wat een moeite ik had om te weten wat er achter ‘Haven’ staat? 43 jaar onderwijservaring was gelukkig genoeg, om te beseffen dat er Soerabaja staat. Het ‘sollicitatiedocument’ is dus onderhevig geweest aan diverse redacties, vermoedelijk allemaal rond of na 1933, te weten de tijd dat Wim Engel met zijn gezin woonde op de Kwikstaartlaan nr 6 in Den Haag, actief was met de commissie en ook dat adres opgaf als secretariaatsadres. Hij zat dicht bij het vuur en dacht zijn contacten goed te kunnen gebruiken.

Uit zijn eigen administratie komt naar voren dat Ir H.W. van der Voort bevriend was[5] met de oprichter van de VC in Soerabaja, journalist Zentgraaff. Zelf was hij VC voorzitter geworden voor Oost Java[6]. Oost Java was het suikerplantage gebied en dat was extra sterk vertegenwoordigd in de VC. De industriële en economische belangen verdedigen, daar was het in hoofdzaak om begonnen bij de VC. En dat ‘ethisch gedoe’ zat hierbij behoorlijk in de weg.

Hij ging wel een iets andere kant op dan andere leden van de VC…. Eenmaal weer in Nederland had van der Voort opnieuw een rol in conflicten over leiderschap en invloed in politiek den Haag, met name toen hij zich tegen de fascist Westerman van de VNH uitsprak. Op dat moment was hij namelijk óók voorzitter van de Haagse afdeling van de Vrijheidsbond, die enkele jaren daarna zou verdergaan als de Liberale Staatspartij[7]. Op 5 oktober 1946 ging deze partij weer op in de Partij van de Vrijheid.[8] Dit maakte Ir van der Voort tot de ‘uitgesproken liberaal’ in het spectrum van referenten dat mijn opa noemde. Of hij óók op de foto staat weet ik – nog – niet, dat wil zeggen, ik heb hem nog niet herkend. Sommige artikelen spreken wel over zijn aanwezigheid, dus dat hij in het rijtje staat is aannemelijk.


[5] Drooglever Blz. 48
[6] Daarnaast óók nog eens lid van de gemeenteraad van Soerabaja, voorzitter van het departement Oost Java en lid van het hoofdbestuur van de VC. [Drooglever blz. 50] Hoeveel spagaten wil je opzoeken??? Een van die functies neerleggen was al een gebaar, trouwens. En hij legde er twee neer….. Tijdens een hoog oplopend conflict over wie nu de werkelijke leider van de VC was had dit gebaar enige invloed.
[7] https://nl.wikipedia.org/wiki/Liberale_Staatspartij
[8] https://nl.wikipedia.org/wiki/Partij_van_de_Vrijheid de aanloop naar de VVD, maar de naam is veelzeggend….wij kennen namelijk nu een partij VOOR de vrijheid ...

Putman – Cramer??

Deze man komt niet voor in de lijst van opa, wel in de artikelen. Er was in Eindhoven ene Putman Cramer lid van de luchtbeschermingsdienst, maar dat was J.W. en niet E.C. . Één van die mensen op de grote foto lijkt sterk op Gerhard Putman Cramer die eveneens in Eindhoven bij de Politie in Eindhoven en bij de Marine in Amsterdam actief was. Een broer?? Het is moeilijk concreet iets meer over hem te vinden.

Dr. W. I. Wolff??

Wolff komt wel voor in het artikel, hij was een tijdlang een prominente figuur in de VC van Nederlands Indië en tevens lid van de Volksraad. Tot hij in 1934 plots werd geroyeerd, toen men ontdekte dat hij geld naar eigen belang had misbruikt. Je kont hem bij de herinneringen van Gouverneur Generaal de Jonge tegen als “Wolff, dr. W.L. geb. 1891, leraar m.o., lid van de Volksraad (V.C.) 1931-1935, 172*”

Binnenkort

Waar ik aanvankelijk dacht om met mijn opa redelijk ongeschonden de jaren ’30 door te komen moet ik toegeven dat bijna het omgekeerde waar is. Tot januari van dit jaar had ik de indruk dat hij rustig enkele jaartjes in Den Haag had gewoond, daarna in Soest een rotstuin had aangelegd om vervolgens te eindigen in Amersfoort, waar hij dan in de Tweede Wereldoorlog werd meegezogen en in die stad Hoofd werd van de Luchtbeschermingsdienst….

De feiten die ik deze maand met jullie heb gedeeld zijn verrassend. Sommigen zouden zeggen zorgwekkend. Je zou willen dat je familie dit juist niet weet. Maar… nu weet ik het. Het valt moeilijk te ontkennen. Toch blijf ik zeggen, dat iemand niet kan worden gereduceerd tot één gebeurtenis in zijn leven en dat geldt óók voor de opa die ik nooit kende. In de komende maand zal ik je nog één keer lastig vallen met de Vaderlandse Club en de rol die opa had bij de geschiedenis van Nieuw Guinea, of, zoals Drooglever het noemde, de fata morgana, een term die hij ontleende aan ene dr. J. Winsemius. (zie p 207)

Laat een antwoord achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *