De Luchtbescherming
Vanaf het moment dat mensen met machines konden vliegen bedachten ze natuurlijk óók hoe je daar oorlog mee kon voeren. Voor het eerst werd dat duidelijk tijdens de Eerste Wereldoorlog, met figuren als de Rode Baron , een oorlog die Nederland ‘van de zijlijn’ kon volgen en net in de periode dat mijn opa deel uitmaakte van de Infanterie. Toen de Duitse Luftwaffe in april 1936 een vernietigend bombardement aanrichtte in het Spaanse Guernica was het onmogelijk te ontkennen, dat bescherming een must was. Deze schade vanuit de lucht was dermate verwoestend dat er in de snel groeiende steden van de wereld behoefte ontstond om zich er op zijn minst een beetje tegen te beschermen:
- door het aanleggen van schuilkelders
- door plannen klaar te leggen voor snelle ontruiming en evacuatie
- door de bouw van dikkere muren of andere bescherming van huizen
- door brandweer en andere middelen ter beschikking te stellen
- door de stad te verduisteren als er gevaar dreigde
Eerste aanzet tot organisatie
Ik baseer mij vooral op datgene wat ik vond in het Archief Eemland in Amersfoort, maar ik mag aannemen dat in andere steden van Nederland de situatie niet heel erg anders was. In dat archief vond ik de eerste signalen om tot een opzet te komen van luchtbescherming in brieven van ene Luitenant Generaal buiten Dienst die J, van der Grinten heette en in Velp woonde, onder anderen gericht aan de burgemeesters van en rondom Amersfoort. Dat begon tegen het einde van 1926. Hij schrijft, met deze burgemeesters besprekingen te willen houden over hoe je in tijd van oorlog het belang van de burgerbevolking kunt dienen door het instellen van Luchtbescherming. Let wel, we zijn dan nog jaren af van het daadwerkelijk begin van een Dienst of zelfs maar een vereniging . Waar het wél toe leidt is de publicatie in 1927 van een eerste rapport dat de fraaie naam “Aanwijzingen luchtbeschermingsdienst” meekrijgt. De provincie Utrecht is ook geactiveerd en stuurt in mei van dat jaar een concept rapport over de maatregelen rond. Amersfoort hoort bij de Luchtverdedigingskring “Utrecht – Soesterberg”. Tegelijk wordt er een ontsmettingsdienst opgericht en belooft men een studie om te bezien of radio uitzendingen verboden kunnen worden in tijden van crisis.
Zelfbescherming
Daarna is het ogenschijnlijk stil en pas op 10 september 1931 zie je een nieuw initiatief groeien dat nu wordt aangestuurd vanuit het Ministerie van Defensie. Er is blijkbaar een nieuwe handleiding in omloop, die nu “Leidraad luchtbeschermingsdienst” heet. Dat staat niet op zichzelf, want in de tussenliggende tijd heeft de gemeenteraad van Amersfoort gekozen om nog geen tijd, geld of personeel te besteden aan een luchtbeschermingsdienst.
geldbescherming
Zo gaat het vaak in de wereld van ambtenarij en administratie. De vraag: “Wie gaat dat betalen?“, wordt meestal beantwoord met : “Wij niet.”, waarna de hete aardappel wordt doorgeschoven naar andere platforms. Dat belooft een patroon te worden dat ik keer op keer zal tegenkomen in de correspondentie, waar mijn opa deel aan had of misschien beter: onwillig deelnemer aan moest zijn. Een enkele van de genoemde ‘collectieve schuilplaatsen’, zo ver wil de gemeenteraad misschien nog wel gaan, maar meer niet. De schrijver, G.P. van Ginkel, namens het departement van Defensie, kan niet nalaten er zijn verbazing over uit te spreken. Dat geld is een misverstand, zegt hij. Burgers kunnen prima zichzelf beschermen. En zo is het begrip zelfbescherming geboren. Men zou dan een vereniging moeten hebben, die zich bezighoudt met het geven van trainingen, het organiseren van bijeenkomsten, demonstraties en tentoonstellingen, kortom, die mensen leert zichzelf te beschermen. Op nationaal niveau is ook wel enige beweging gaande. Het Rijk heeft in 1928 een dienst in het leven geroepen met de naam Bescherming van de Bevolking tegen Luchtaanvallen. De Inspecteur daarvan brengt een Rapport Maatregelen uit, dat ook te vinden is in de archieven van de gemeente Amersfoort.
De artsen van Amersfoort zijn de eersten die bezwaar maken tegen deze zeer zuinige aanpak, maar dat is dan ‘pas’ in 1938, als zij in oktober na een vergadering met de heer Jacometti hun bezwaren kenbaar maken aan B&W.

Een organisatie kost geld
Zover zijn we nog lang niet. Eerst kabbelt het overleg tussen gemeente en rijk voort, zonder veel vooruitgang. In februari 1937 doet de stadsarchitect verslag van zijn onderzoek en rekent de burgemeester opnieuw voor hoe kostbaar het serieus nemen van Luchtbescherming gaat zijn als men werkelijk iets wil doen tegen luchtaanvallen. Ondanks het feit, dat over deze stadsarchitect, Van der Tak, allerlei andere artikelen te schrijven zijn, hij is jarenlang de stadsarchitect van Amersfoort geweest. Ik vat kort samen wat hij zegt, omdat het direct gevolgen heeft gehad voor wat mijn opa deed:
- Alles dat door elke gemeente gedaan wordt moet ook elke gemeente zelf betalen.
- Alleen als je als gemeente wat hoger op de gevarenlijst komt zal het Rijk bijspringen
- Mensen moeten het vooral zelf doen, de overheid kan enkel leiding geven
- Je hebt veranderingen nodig in de Woningwet
- Mensen moeten al die vaardigheden ter bescherming ook OEFENEN
- Je moet mensen kunnen verplichten tot medewerking
- Als het nodig is moet het leger kunnen ingrijpen
- Dat werkt allemaal beter als je een specifieke DIENST hebt die dat uitvoert
- Met een HOOFD dat de noodzakelijke instructies geeft
- Volgens een PLAN
- en met behulp van PERSONEEL, dat op strategische plekken op de UITKIJK staat en met elkaar in CONTACT kan treden in een NETWERK van Politie, Brandweer, Geneeskundige Dienst, Keuringsdienst, Gemeentewerken, Waterleiding, gas- en Elektriciteitsbedrijven, met een LBD die voorlichting geeft, openbare bekendmakingen doet en alle middelen ter bescherming en ontsmetting verzamelt, en de schatten van geschiedenis, kunst en wetenschap weet te bewaren voor het nageslacht.
Binnenkort
Hoewel Wim Engel senior op het moment dat men over deze Luchtbescherming begon nog in Nederlands Indië verblijft zal hij dus op zeker moment in Soest wonen en vanzelfsprekend minder betrokken worden bij alle activiteiten van de Vaderlandse Club. Misschien werd het tijd voor een nieuwe uitdaging? Wie zal het zeggen. Zijn vrouw heeft reuma, schrijft oom Wim in een brief… Dat heb je al gelezen. In het volgende bericht probeer ik af te leiden op welk moment hij eigenlijk betrokken is geraakt – nog wonende in Soest?? – bij de Luchtbescherming. Voor het zover is wil ik echter in 2 artikelen samen proberen te vatten hoe deze Dienst ontstond en wat het verschil is met Vrijwillige Zelfbescherming enerzijds en hoe de organisatie in elkaar stak anderzijds. Dat geeft me namelijk de mogelijkheid om daar later naar te verwijzen.


