Albums,  Engelen

Poerwokerto 1922

Dit album vertelt over de periode dat mijn vader geboren werd. Het gezin Engel, inclusief de jonge Wim junior, was een jaar eerder naar Indonesië, het toenmalig Nederlands Indië geëmigreerd. Daar werd in Poerwokerto op 17 mei 1922 Han Engel geboren….

Opa Wim had eind 1920 al bericht ontvangen dat hij was aangenomen als ambtenaar bij het ministerie van de Gouverneur Generaal van Indië. Je mag dat gerust de ‘onderkoning’ noemen. Zij voeren met de SS Vondel die kant op en dat kostte een paar maandjes voor zij aankwamen bij Tandjong Priok, Batavia (nu Jakarta), de haven. Links zie je het schip, terwijl het een voorraad kolen inneemt bij Port Said in Egypte, in het midden een vage foto van het jonge gezin en rechts de bijna 2 jaar oude Wimmy die over het dek zwalkt.

Poerwokerto ligt ongeveer op het midden van Java. Mijn indruk is, dat zij zich eerst gevestigd hadden in Bandoeng, maar daar heb ik geen adressen of bewijzen van, wel een verzameling prentbriefkaarten, een van de hobby’s die Henriëtte (die wij later Oma Engel zouden gaan noemen) bezig hielden…. Onder anderen een foto waar men baadt in de rivier bij Banjaran. Of dat ook de familie is??? In Poerwikerto hebben ze zeker 2 jaar gewoond. Er zijn behoorlijk wat foto’s van in dat album. We zien Henriëtte hier in een witte jurk in de tuin bij het huis. Denk je niet dat zij op de foto rechts zwanger was van haar tweede kind, ‘ons pap’, Han?? Hanny?? Hanneman???

Terwijl Wim senior zich achter zijn bureau zet (aan huis??) zit Wim junior wat beteuterd op een paaltje.

Gelukkig kan Wimmy ook wat lol maken, zoals op onderstaande foto’s te zien is ….

Dan is het zover. Oma schrijft later in haar dagboek : “Onze jongens, we hebben er twee, schelen bijna drie jaar. Wimmy werd 4 juni 1919 geboren en Han 17 Mei 1922. Reeds lang van te voren had ik met Wimmy over het „kleine kindje” gepraat. Toen de wieg in huis kwam zei hij: „Mama kom eens kijken. Hier is bed voor kleine kindje sape.” Aangezien we hoopten op een meisje, hadden we het voortdurend over „Hannie” En toen het kindje er eenmaal was noemde Wimmy hem steeds Hannie. Toen Hanneman zoo ongeveer een uurtje oud was, mocht Wimmy hem komen kijken.
Op den arm van Wim kwam hij binnen en zag het kleintje bij mij in bed leggen. Kijk, Mama, daar is het kleine kindje. Even daarna liep hij weg en kwam met een mooie veer, die hij uit zijn speelgoed haalde, terug. Die gaf hij zonder iets te zeggen aan broertje en verborg toen zijn gezichtje in mijn nachtpon. ’s Middags kwam hij weer kijken en zei: „Waar is het kindje”” Ik zei: „ kijk daar in de wieg” Oh ja! en hij klom er zelf bij. Lief kindje hè Wimmy… Ja, Wimmy oók lief. Dat is het eenigste beetje van jaloezie, dat hij tot nog toe gegeven heeft.
Van alles ontdekte hij aan Adeetje. Adeetje had oogjes en oortjes en eens dat ’t kleintje sokjes aan had zei hij „Adeetje heeft schoentjes aan.” Den eersten nacht werd hij wakker van Han’s huilen. Hij zette dadelijk ook een keel op en was niet gerust voordat Wim hem opgenomen had en had laten zien, dat de zusters voor het kindje zorgden. Zijn blijdschap was heel groot toen Wim mij in de voorgalerij droeg. Dadelijk kwam hij met zijn tafel vlak tegen mijn stoel geschoven zitten spelen. Tegen Moeriuk zei hij: „Njonja lida bisa djalan.” Den volgenden dag, toen ik voorzichtig liep was hij daár weer verrukt over en vertelde iedereen dat Njonja bisa djalan. [volgens mij Maleis voor
De tong van Njonja kan lopen.]
Hij is dol op Han en wil hem van alles geven, b.v. knikkers en katjang goreng. Bepaald gevaarlijk. Eerst zei hij altijd „Ja” als men hem vroeg om Adeetje mee te mogen nemen. Maar al heel gauw werd dat „Neen” Adeetje is voor Wimmy. Hij praat verbazend veel en vlot Maleisch, doch kan het even goed in het Hollandsch. Ik zeg altijd: wat zeg je toch. Zeg ’t maar in ’t Hollands en dan doet hij het dadelijk. Zoo’n kind leert twee talen vlot tegelijk. Hij is heel goed bij en heeft allerlei leuke opmerkingen. Op een middag lag ik nog in bed. „Wimmy is de krant er al en is er ook een brief?” „Ja” Haal die dan eens. Straks as Mama pakean Wimmy halen brief voor hij . Hij zegt vaak niet netjes „Ja”. Dan verbeter ik hem. Laatst vraagt hij wat aan Wim en zegt deze heel gek „Ja” Zoo mag Papa niet zeggen, dan Mama geeft klap aan Papa. Papa moet zoo zeggen. Kan Papa wel!
Elken avond wordt hij totaal ingesmeerd met roode hond wassching en bedak.
[vermoedelijk een rituele wassing die de ziekte rode hond moest bestrijden..] Hij heeft dan het uiterlijk van een clown en komt dan in de voorgalerij bij WIm op schoot zitten. Dan rijdt hij in een sado overal heen en heeft een denkbeeldige kekanan (zweep) en bel. Weliente weliente doet de bel en dan rijdt hij overal heen. Tegenwoordig heeft hij veel aardigheid in bouwen. Vooral treinen. Ook moet hij elken dag een foto uit het album zien, waar een trein op staat. „Mama kijke, boekje trein. Eventjes maar.”

Het huis van de familie mag je koloniaal en riant noemen, denk ik. Ik zoek nog uit waar het adres precies was. Er was personeel om voor van alles te zorgen, dat herinner ik me nog uit verhalen van oma. Zo was er een baboe die voor de kinderen zorgde, een tuinman en een ‘kokkie’. Het is wel duidelijk wat die deed. Wie er precies naast oma en Wimmy zit weet ik niet en ook de identiteit van het kind van de buren is me niet bekend.

Er wa

Voor spelen was alle tijd, lijkt mij. De foto’s zijn ruim 100 jaar oud en nogal vervaagd, maar te zien is dat ze lol hebben.

Binnenkort

Zie je een album waarin oma Engel (Henriëtte de Reede) haar ansichten verzamelde.

Laat een antwoord achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *