Engelen

Insubordinatie

Sommige verhalen schrijven zichzelf. Hier is er eentje, waarin Wim Engel senior figureert. Het gaat om een gebeurtenis uit 1914. Toen enkele maanden later de rechtszaak – voor de Krijgsraad – speelde, waarover in de krant bericht werd onder het kopje hierboven… Helemaal onderaan het originele artikel.

Ter zake zich te hebben schuldig gemaakt aan insubordinatie stond voor den Krijgsraad terecht een soldaat der infanterie, oud 24 jaar, afkomstig uit de gemeente Utrecht.
Hem is ten laste gelegd, dat hij, op 31 Januari j.l. toen een officier hem op den Grooten Noord te Hoorn, des avonds ongeveer 8 uur tegen kwam en hem gelastte zich naar zijn kwartier te begeven, dezen na een woordenwisseling een stomp heelt gegeven, hem bij de borst heeft gegrepen en hem daarna met een mes door overjas, broek en onderbroek een steek heeft gegeven in het bovenbeen, waardoor de officier bloedend verwond werd.
Beklaagde beweerde thans niets meer te weten, hij was dronken geweest. Gestoken kan hij evenwel niet hebben, want een mes had hij niet in zijn bezit.
De officier, de 1e luitenant W. F. Engel, als getuige gehoord, verklaarde, dat hij beklaagde ontmoetende op den Grooten Noord, hem aanhield om hem te gelasten zich naar zijn kwartier te begeven, omdat het garnizoen op den bewusten avond geconsigneerd was. Beklaagde protesteerde daartegen. Get. riep toen een ander militair aan om beklaagde naar de kazerne te geleiden. Getuige volgde. Enkele passen verder in -de Kerksteeg gelastte getuige beklaagde, die zijn pas inhield sneller aan te stappen. Daarop keerde beklaagde zich om en gaf get. onder het uiten van de woorden „wie heeft mij wat te gelasten”, een stomp naar het onderlijf. Get. maakt een reflex beweging achterwaarts om dien stomp te ontwijken. Daarop greep getuige den beklaagde met een worstelgreep om het middel en smakte hem op den grond; er volgde een korte worsteling waarbij beklaagde onder kwam te liggen. Getuige hield hem bij de keel. Toen het toegestroomde publiek riep „hij heeft een mes in de hand” liet get. den beklaagde los en werd hij vermoedelijk door een paar meisjes van beklaagde afgetrokken. Beklaagde is toen in de herrie ontkomen, doch is later door een patrouille gearresteerd.
Toen getuige later op zijn kamer was, kwam hij tot de ontdekking een 3 cM. lange wond op het rechter bovenbeen te hebben. Getuige vermoedt, dat hem de steek is toegebracht op het oogenblik, dat beklaagde naar hem stompte, en dat deze toen reeds een mes in de band hand. Later heeft hij geen mes in beklaagde’s hand gezien. Beklaagde was z.i. niet beschonken.
Hierna werd gehoord de officier van gezondheid, die de wond van den luitenant behandelde en die verklaarde, dat ze in de richting van onder naar boven, en met een scherp voorwerp moet zijn toegebracht.
Ten slotte werden gehoord twee meisjes uit Hoorn, die de worsteling tusschen den luitenant en beklaagde hebben gezien. Een hunner heeft den Beklaagde op zijn hoofd geslagen, waardoor hij den luitenant losliet. Beiden hebben gezien dat beklaagde een mes in de hand had en daarmede naar den luitenant heeft gestoken.
Beklaagde hield vol van niets te weten en geen mes in zijn bezit te hebben gehad. Hij heeft veel berouw van zijn daad, maar wijt dit geheel aan misbruik van sterken drank.
De auditeur-militair mr. Palthe Wesenhagen van oordeel dat het eerste deel van de ten lastelegging, het stompen en aangrijpen, niet wettig en overtuigend zijn bewezen, vraagt van dat deel vrijspraak.
Voor het toebrengen van een wond aan zijn meerdere in rang vordert ZEachtb. 8 maanden militaire gevangenisstraf, ingaande 12. Maart j.l.

Binnenkort

Ik vertel de volgende keer waarom ik even pauze neem om een compleet nieuwe set documenten te scannen en beoordelen.

Laat een antwoord achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *