De Fata Morgana
Ik ga je uitleggen hoe dit enorme eiland, op Groenland na het grootste ter wereld, de inzet werd van een schimmenspel vóór de oorlog, dat terecht werd aangeduid als een luchtspiegeling en hoe dit na de oorlog nog eens een keer ten tonele werd gevoerd om de koloniale belangen van Nederland te dienen. Je krijgt te maken met mijn opa als lid van een commissie die een rol speelde in dat schimmenspel. Het beschrijft voor opa de situatie van 1934, dus 2 jaar na terugkeer in Nederland.
Om bij opa te beginnen geef ik je een citaat uit een van de brieven van Oom Wim uit Nieuw Zeeland: “Mijn vader (jouw opa) had 2 academische diploma’s. zijn groot transport en economie heeft hij het meeste gebruikt. Was adjunct directeur van het departement van financiën in Indië (hij was chef van de generale thesaurie – wat zo’n 500 mensen inhield over een land dat 60 x Nederland was. In Holland was hij de man die in 1933 begon met de commissie voor ‘kartering’ van Nieuw Guinea). Vandaag de dag zijn er nog stukken groter dan Holland daar waar nooit iemand is geweest nog.” Dat idee van ‘kartering van Nieuw Guinea’ is in mijn achterhoofd blijven hangen. Het klinkt als een geweldig karwei en een groots ondernemen, maar de geschiedenis zelf heeft wel aangetoond hoezeer dat een luchtspiegeling was, opgeroepen omdat er spanningen waren die moesten worden afgeleid.
Dubbele crisis
De Vaderlandse Club (VC) kun je niet los zien van de nationale en internationale ontwikkelingen. Net als andere organisaties probeerde ook de VC antwoorden te formuleren op de crisis die zich voordeed, doordat steeds meer Indonesische inwoners een scholing hadden, een baan zochten en hun ambities niet meer onder stoelen of banken wilden steken. De reactie van de VC daarop is al bekend, Daar komt de ogenschijnlijk simpele gedachte bij: waarom zouden we niet die enorme toestroom van uit Nederland afkomstige mensen inzetten op de vele ‘lege plekken’ die we hier hebben? LET OP: Leeg waren die plekken niet, er woonden alleen geen of weinig Nederlanders. Probeer je even in te leven in die hopeloos naïeve en tegelijk hooghartige houding.
Crisis nummer 2 ontstond in 1929: een wereldwijde economische crisis. Gevolgen ook te merken in Nederlands Indië. Onder de Europeanen ontstond een behoorlijke werkloosheid en dat werd gedurende de jaren daarna alleen maar erger. De inkrimping van de suikerindustrie, om maar één gevolg te noemen. Er waren in 1931 al 3110 werklozen en de helft daarvan had het slecht. Boten vertrokken vol uit Indië, zo zegt Drooglever (blz. 73) en kwamen leeg terug.
Een andere ‘eenvoudige oplossing’ ervan werd aangehangen door leden van de VC….: we maken landbouwkolonies waar deze mensen terecht kunnen. Dit aanleggen van nieuwe landbouwkolonies werd één van de belangrijkste actiepunten van de VC in de jaren daarna. Mensen zouden werk hebben en als je oplette dat alleen blanke (Nederlandse) mensen er zich zouden vestigen, dan maakte je tegelijk een buffer tegen dat groeiend nationalisme onder de Indische bevolking.
Status quo handhaven
Om de grote druk weg te nemen moest de VC ook andere belangen verdedigen in deze crisistijd, zo vonden de leden. Dus: Hef de hogescholen op, die veel teveel Indische mensen opleiden, zorg ervoor dat in onze bestuursstructuur Nederland de grootste vinger in de pap houdt, stel elke kritiek op het bestuur door Nederland strafbaar, als door de crisis politiemensen ontslagen worden, vervang ze dan door militairen. Met andere woorden: zorg zo lang mogelijk voor handhaving van de status quo en zoek ondertussen naar andere oplossingen voor de dilemma’s.
Waarom Nieuw Guinea?
Landbouwkolonies, dus…. Eerst werd gedacht aan het gebied in het noordwesten, Atjeh genaamd. Doen alsof daar niemand woonde, dan moest je wel heel erg jezelf voor de gek houden. De aandacht verschoof naar Nieuw Guinea. In 1926 en 4 jaar later werden 2 verenigingen opgericht om die kolonisatie van Nieuw Guinea op gang te helpen. Ik houd het bij de eenvoudige afkorting van VKN, de Vereniging tot Kolonisatie van Nieuw Guinea. Daar moest, vond de VC, de overheid bij stimuleren. Waarom zouden ze anders subsidie geven zodat Nederlandse boeren zich konden vestigen in Frankrijk? Dat kon toch beter in het Nederlandse gebied?? Je kon op Nieuw Guinea nog land ‘krijgen’. Nogmaals: er woonde niemand, de grond was niet onderhevig aan wetgeving zoals in Nederland of Nederlands Indië… Zo’n initiatief als de Friese Terp, dat het echtpaar Vrijburg onder Bandoeng was begonnen, zou model kunnen staan. Deze Vrijburg, kolonisatiekampioen van de VC (Drooglever blz. 194) was de grote voorvechter van dit initiatief en een jaar later had de VC zijn programma overgenomen. Het zou bijna zeker leiden tot een Groot Nederland (??????)
Nu de realiteit. Kijkend naar de topografie van het eiland snap je direct waarom het zo moeilijk toegankelijk was en is. Een flinke bergketen die het noordelijke en zuidelijke deel van elkaar gescheiden houdt, nog afgezien van het klimaat. Woeste gebieden, veel moerassen. Dat zag er helemaal niet veelbelovend uit. Maar nee, wees gerust, zo meldde Vrijburg. Aantrekkingskracht kwam vanzelf op gang, zolang maar sterke groepen er de schouders onder zetten…. Had blijkbaar over kolonisten hetzelfde biologische fok-idee als over de Friese stamboek koeien op Java. Vrijburg mocht ook in het weekblad van de VC in 1932 een serie enthousiaste artikelen publiceren. Maarrrr … Nieuw Guinea was wel héél erg aan de rand van de invloedssfeer van Nederland. Letterlijk en figuurlijk een uithoek, zo lees je op Historiek. Een ‘lege plek’ in de archipel van ruim 8 honderdduizend vierkante kilometer. In wat voor magie hebben die mensen geloofd??

Studiecommissie
De Haagse Courant van 21 september 1933 meldt de oprichting van een studiecommissie namens de Vaderlandse Club, die als opdracht heeft om dat kolonisatievraagstuk te verkennen. De leden van deze 7-koppige commissie zijn vanuit de VC geen onbekenden. “M. B. van der Jagt, oud-gouverneur van Solo en voorzitter van het vertegenwoordigende comité van de Vaderlandsche Club, maar geen lid van de commissie. Wel ondertekende hij de brochure. en hij was een referent van opa.
- Het presidium ligt bij L. H. W. van Sandick, oud-lid van den Raad van Ned.-Indië en één van de referenten van opa. Verder
- K. A. Poortman, oud-resident;
- J. G. Larive, oud-gouverneur der Molukken;
- L. A. Snell, oud-kolonel van het Ned.-Indisch leger,
- A. T. H. Winter, idem; ook een referent
- J. C. Brasser, idem en
- V. A. Doeve, oud-resident.
Opvallend voor mij is, wie niet wordt genoemd als een van de leden: opa. Klaarblijkelijk is hij alleen als secretaris van de Vaderlandse Club betrokken geweest bij de publicatie van de brochure, waar ik het nu kort over wil hebben… Het verslag van deze commissie werd volgens het artikel ‘over enkele maanden verwacht‘ en kwam inderdaad uit op 5 februari 1934. Het rapport had 76 pagina’s en kreeg de titel “Ontwikkeling van en kolonisatie in Nieuw Guinea‘. Ontegenzeglijk staat daar in drukletters de naam van mijn opa.

Europeesche volkplanting
Ik ga niet heel de verdere inhoud van dit rapport herkauwen. Het begrip ‘volkplanting‘ uit het kopje komt voor op bijna elke pagina van het document, dat ik serieus heb getracht te lezen. Heel simpel geredeneerd komt daar ook het hele plan op neer: “We hebben daar een reusachtig stuk land liggen. Het is tóch leeg. Als wij het niet doen claimen anderen het. Nederland wordt overbevolkt en dit is een mooie uitlaatklep. Er zijn tóch veel werklozen in ons land. Dus planten we Nederlandse boeren, handwerkers en handelaars etc. daar, en we hebben in de toekomst een rijk en indrukwekkend vijfde deel aan de Nederlandse kroonjuwelen van ons Koninkrijk.” Misschien nog het meest verbazingwekkende is de nonchalance waarmee over zaken wordt heengestapt en de naïviteit achter de holle woorden. Anderen deden het eerder, dus waarom wij niet?
In een persoonlijke noot voeg ik er in 2025 aan toe dat het ineens helemaal niet meer zo vreemd lijkt als je een land koopt en het naar eigen goeddunken gaat exploiteren? Of het nu Nieuw Guinea is of Groenland, wat maakt dat uit??? Het is evenveel geopolitieke kul als voor de oorlog…. Sorry, dat is het cynisme dat bij me opkomt over de herhaling van alle fouten uit de geschiedenis ….. ….
‘Nutteloze lap grond’
Mocht ik het misschien nog niet sterk genoeg hebben aangezet voor je, laat me dan toch een klein beetje aanhalen. Deze commissie besluit de teksten te volgen van één auteur en zegt op blz. 66 over dat immense land, Nieuw Guinea zegt: “Het werd als een nuttelooze lap aan de residentie Ambon gehecht, tot …. het gouvernement van de Molukken zal worden geschapen om dan waarschijnlijk, nog steeds als een veel kostend en weinig renderend onderdeel, een voortdurend object van zorg uit te maken voor de nieuwe bestuurders.” Nutteloze lap?? Een land dat 23 keer zo groot is als Nederland?? Wat stel je je daarbij voor? In de afbeelding hieronder zie je het groene gedeelte dat van interesse was voor de VKN. Dat was ‘van Nederland’. Op de kaart zie je 2 rode bollen. Dat zijn in de vorm van Manokwari en Hollandia (!) de plekken waar al in 1930 pogingen werden ondernomen om toch dat moeilijk toegankelijke land ‘in de greep’ te krijgen. De naam Manokwari als zodanig bestaat nog steeds, de naam Hollandia is om begrijpelijke redenen ‘van de kaart geveegd’.

Feit is, dat deze kolonisatiepogingen volkomen mislukt zijn, mét of zonder de steun van de Vaderlandse Club. In Manokwari was met een totaal aan max 250 inwoners 80 hectare beplant, in Hollandia maximaal 5 hectare met 100 bewoners. Rapporten spraken over een bedroevend slechte gesteldheid van de bodem en minstens even teleurstellende mentaliteit van de ‘kolonisten’ (Drooglever p. 202). Zelfs de eeuwige optimist Vrijburg zei ‘stop er maar mee’. Hij zou er zijn eigen kinderen pas heen sturen als ze op Java geen enkel uitzicht meer hadden. De VC schakelde ion een andere modus: de regering zelf moet het voortaan maar doen. Zo bloedde het hele idee van een Hollands Nieuw Guinea langzamerhand dood, om pas na de oorlog weer te worden opgewekt.
Het Rekest
Hieronder de letterlijke tekst van de eerste alinea uit de bijlage bij dit rapport, waarin mijn opa voorkomt. Opnieuw: let op het adres.
Aan
Zijne Excellentie den Minister van Staat, Minister van Koloniën,
Voorzitter van den Ministerraad, te ‘-Gravenhage.
Ondergeteekenden Hendrik Willem van der Voort, Ingenieur en Willem Frederik Engel onderscheidenlijk voorzitter en secretaris van de Afdeeling Nederland van de in Nederlandsch-Indië gevestigde vereeniging ,,De Vaderlandsche Club”, waarvan het secretariaat zich bevindt te ‘s-Gravenhage, Kwikstaartlaan 6, ten deze handelende voor en namens het bestuur dier Afdeeling, geven met verschuldigden eerbied te kennen…
De commissie voegt dan een aantal argumenten toe, waarom de minister het voorstel serieus zou moeten nemen, zoals ‘we leven in een benarde tijd, maar we hebben ondanks armoede in het begin welvaart in de toekomst te verwachten‘, en ‘ook al hebben wij geen officiële positie in Nederland, het belang is te groot om het te laten liggen‘. Ze vragen of Dr. B. Vrijburg de kans krijgt om de mogelijkheid tot veeteelt á la ‘De Friese Terp‘ te onderzoeken. Anderen zullen de daadwerkelijke kolonisatie voor elkaar moeten krijgen, de Vaderlandse Club heeft alleen de weg gewezen.
Het vervolg kan je raden. Men liet het liggen. De droom was voorbij. Zo leek het. Dit initiatief is enkel en alleen ontstaan onder de druk van alle drang naar vrijheid van de Indonesische bevolking en de dreiging van Japanse invasie, die onafwendbaar bleek te zijn. Daarbij hielp een ‘Grote Droom’ zoals een eigen, blank, Nederlands grondgebied in het Verre Oosten…. Deze droom zou alleen nogmaals opkomen als wéér de druk hoger werd, namelijk tijdens de politiële acties van Nederland na de Tweede Wereldoorlog. Ik heb de argumenten in verkorte vorm toegevoegd. Een flink deel ervan hoor je opnieuw in de discussie over Nieuw Guinea van na de oorlog.
- het achterlijke Nieuw-Guinea moet ontwikkeld worden;
- grondige hervorming in bestuursvorm is noodzaak;
- kolonisatie van Europeanen in tropische gewesten is mogelijk;
- bewijs moet nog worden geleverd;
- alleen Nieuw-Guinea heeft kans van slagen door volkplanting;
- er moet wel op grote schaal grond te krijgen zijn;
- met eigendomsrecht;
- voor kolonisatie moet scherp geselecteerd worden onder volkomen bewuste personen;
- zo spoedig mogelijk zelfstandig zijn is het streven;
- de Regering moet steun bieden in economische en sociale zin;
- bestaanszekerheid is onmisbaar dus garantie tot afname van producten;
- bevolkingsoverschot ‘voor den Nederlandschen stam behouden’;
- landverhuizing naar buiten het rijk vervangen door Nederlandsche overzeesche gewesten;
- maak een Stichting die leiding geeft aan de kolonisatie;
- Richt je voorlopig op het achterland van Manokwari;
- onderzoek andere gebieden, o.a. nabij de Etnabaai ;
- houd kolonisatieproef met werkloze aspirant-kolonisten .
In Den Haag op 14 september 1934 zal hij nog actief zijn in de VC, de Vaderlandse Club, hetgeen ook blijkt uit de advertenties in kranten die oproepen tot deelname aan vergaderingen. Secretariaat nog steeds Kwikstaartlaan 6.



De Haagse Courant doet op 15 september 1933 in het Stadsnieuws verslag van de vergadering. Ingekort, maar een goede samenvatting van de wensen en activiteiten van deze club. Bovendien laat het zien, dat op die 14e september de nieuwe commissie Nieuw Guinea werd ingesteld:
De propagandabijeenkomst in de bovenzaal van café-restaurant D. M. van Vugt, aan het Bezuidenhout verliep goed, nadat deze met het zingen van het Wilhelmus was geopend. De heer W. C. C. T. ter Bruggen, arts, oud-voorzitter van Kring Langsa hield een voordracht over „De Rijkseenheid” en betoogde, dat de band Nederland – Indië intact behoort te blijven. Geen ontvoogding tot het einde toe. „Indië los van Nederland” is fataal. Handhaaf het dualisme in de bestuursverhouding en de innerlijke kracht van Ned.-Indië en verstevig het bestuursapparaat. Werk de extremistische invloeden tegen. Ir. H. W. van der Voort (hem kennen we nog), bracht de ernst van de toestand onder de aandacht van de vergadering en herinnerde aan de spoorwegstaking in Indië van 1923, de relletjes in Bantam en Sumatra’s Westkust (1926) en het ingrijpen van enkele jaren geleden en van het voorjaar 1933. Opnieuw: ‘Tegen de extremistische stroomingen moet met kracht worden opgetreden’. Bezuinig op bestuur, want pensioenen wél korten en overheid niet, dat zet kwaad bloed. ‘Dr. Colijn als minister van Koloniën heeft het vertrouwen van de Vaderlandsche Club in de Regeering zeer verhoogd en de V.C. hoopt, dat dr. Colijn erin zal slagen zijn invloed ook te doen gelden voor enkele zwakke plaatsen in het kabinet. Wat de Nederlands Indische Fascisten Organisatie betreft, zei de spreker dat er geen sprake is van samenwerking met de Vaderlandse. Club. Integendeel, ‘reeds eenigen tijd geleden heeft de V.C. die samenwerking afgewezen’.
Tenslotte sprak dr. B. Vrijburg over „Kolonisatie en emigratie naar Nieuw Guinea, als middel om een nieuw bestaan te scheppen”. Spreker vestigde de aandacht op de overbevolking in Holland, het Indo-Europeanen-vraagstuk in Indië en de werkloosheid onder de Europeanen in Indië. Velen van de thans ontslagen of op wachtgeld gestelde Europeanen in Indië zullen niet worden herplaatst. Wanneer gebieden tot verschaffing van een eenvoudig bestaan in eigen land niet meer kunnen worden geopend, dan zal men het oog moeten richten naar streken buiten het moederland. Nieuw-Guinea komt als kolonisatie-land in aanmerking, gedeeltelijk. Oprichting van een Raad voor kolonisatie en emigratie is nodig. Een adviesgroep is in voorbereiding. In de discussie naderhand lieten oud-residenten Poortman, Van Sandick en Van der Jagt en o.a. door de heren ter Bruggen, Ruempoll en Winter, weten ‘dat eerst in een verre toekomst dit land bestaansmogelijkheden kan verschaffen.’ Zoals je ziet, ’the usual suspects’ zijn nog steeds prominent aanwezig.
Laatste koloniale oorlog
Het idee dat Nederland rechten zou hebben op – een deel van – dat grote eiland aan de andere kant van de wereld was niet dood, ook al had het in 1934 weinig merkbare gevolgen. De ontwikkelingen van de jaren ’30 en de Tweede Wereldoorlog maskeerden dat misschien. Bekend is hoe halsstarrig Nederland na 1945 vasthield aan het bezitsrecht op Nederlands Indië, tot op het punt zelfs dat de Verenigde Naties met de VS voorop ons land tot de orde moest roepen bij de 2 politionele acties, die eerlijk gezegd veel beter een onafhankelijkheidsoorlog genoemd konden worden. Minder bekend is misschien dat Nederland er geen genoeg van had en eind jaren ’50 nog maar even een laatste koloniale oorlog aan vastknoopte toen het probeerde Nieuw Guinea te behouden. Minister van Buitenlandse zaken, later zelfs secretaris generaal van de NAVO, Luns, speelde een centrale rol bij dat conflict, dat zelfs nog aanhield tot 1962…. Dat de bevolking van het eiland daarbij tot speelbal werd gereduceerd deerde hem weinig. In de onderstaande video krijg je een beetje de indruk wat dit destijds heeft betekend.
Binnenkort
In juli 1935 lijkt de activiteit van mijn opa binnen de Vaderlandse Club even plotseling voorbij als ik hem heb ontdekt…. Op 10 juli van dat jaar schrijft de gemeente Den Haag hem en zijn gezin uit als inwoner van de gemeente en vermeldt erbij dat zij naar Heideweg 64 in Soest zijn verhuisd.

Waarom is hij vertrokken? Was er na publicatie van de brochure over Nieuw Guinea geen werk meer te doen? Daar lijkt het op. Drooglever benoemt dit ook in zijn boek. Was er geen plaats meer voor het secretariaat in Den Haag? Anders gezegd: Waren er persoonlijke omstandigheden die vertrek naar Soest veroorzaakten? Daar lijkt het óók op. Ik vertel je binnenkort over de rustpauze in Soest.


2 reacties
Peter Berkers
Misschien heb ik er overheen gelezen, maar waarom was er geen interesse in het oostelijk deel van het eiland? Te ver weg?
Marc Engel
De zaak is, dat Nederland nooit zeggenschap heeft gehad over de oostkant, d.w.z. al vrij vroeg was dit eigendom van het Verenigd Koninkrijk, veroverd vanuit Queensland in Australië. Later werd het overgedragen aan Australië. Het eiland heeft nogal een roerige geschiedenis gekend in de laatste 150 jaar. Tot aan de 17e eeuw waren de sultans of Tidore in de Molukken er de baas. Dan sla ik Franse, Portugese en Spaanse pogingen nog over. Het westelijke deel, dat nu Papoea Nieuw Guinea heet of Indonesisch Nieuw Guinea, werd tot aan 2000 nog Irian Jaya genoemd. In de koloniale periode heeft ook Duitsland geprobeerd een stukje van de ’taart’ me te eten. Dat is Kaiser-Wilhelms-Land) geweest en vormde de ‘reep’ die boven die 2 andere lag in het noorden. Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Keizer_Wilhelmsland. Wat ik in mijn bericht beschrijf, betreft dus pogingen om van de helft van dit reusachtige eiland nog een echt ‘blanke, Nederlandse kolonie’ te maken…