Plannen voor de LBD
Veel werk van Fischer en anderen is nodig om in Amersfoort te komen tot een luchtbeschermingsdienst. Er bestond eerder niets in de trant van Luchtbescherming en in de eenentwintigste eeuw bestaat de opvolger ervan – de BB – óók niet meer, dus het lijkt mij goed om van het ontstaan ervan zo kort mogelijk een samenvatting te geven. Deze activiteit gaat vooraf aan de aanwezigheid van mijn opa in Amersfoort, maar dit kan ik gebruiken als verwijzing en zo herhalingen voorkomen.
Acties voor de LBD
In vredestijd kon je je al voorbereiden en zorgen dat er een of ander systeem van waarschuwing bestond, zoals een radio-ontvangtoestel of netwerk van speciale telefoonlijnen. Een flink aantal documenten in het archief Eemland wijst daarop. Ook kon je volgens die documenten maar beter een lijst aanleggen van gebouwen die met erg zichtbare merktekens teveel ‘spoor’ zouden zijn voor vijandelijke vliegtuigen en zo een gevaar vormen, of gebouwen die juist kostbaar zijn als nationaal erfgoed en daarom extra bescherming verlangen. Daarbij moesten in iedere gemeente uitkijkposten worden verkend en vastgelegd. Waren er openbare schuilplaatsen en andere openbare werken nodig, dan moesten daar borden ter herkenning voor zijn. Je had een hele lijst te doen aan instructie voor bijvoorbeeld Geneeskundige Dienst, waterleidingbedrijf en gas- en elektriciteitsbedrijf en brandweer. En het moest tevoren óók duidelijk zijn welke alarmering er was, welke kleding en andere uitrusting benodigd en deze mensen moest men trainen als ontsmettingsploeg, met bv een scheikundige in dienst. Eventueel was uitbreiden van politie tevoren nodig en voor heel grote gevaarlijke punten kon je beter maar een kliniek voor mosterdgaspatiënten gereed maken. Plus: oefeningen houden!!
Werd de dreiging groter en groter dan zou je chloorkalk en andere chemicaliën moeten kopen en alvast brieven aanmaken voor ‘het geval dat’. Met allerlei instanties moest er snel contact zijn en als contactpunt had je dan best een Hoofd van Dienst die dit coördineerde.
Vrijwilligers liepen voor
Op 23 april 1936 werd een wet aangenomen op de Luchtbescherming, die dit fenomeen dus officieel maakte. Je zou denken, dat deze dienst daarna de hulp van vrijwilligers inriep, maar het tegendeel is waar. Bijna 2 maanden eerder, op 7 maart 1936, werd de Nederlandse Vereniging Luchtbescherming opgericht. In Den Haag was eerder al een studievereniging actief, maar vanaf 7 maart werd het officieel de NVL. Het verenigingsleven van die NVL kun je zelf verder uitzoeken. Het is voor mijn verhaal belangrijk te weten dat dit onderscheid bestond en ook nog merkbaar was in Amersfoort in de jaren voor en tijdens de oorlog. Mijn opa ‘botste’ er al vanaf zijn begin tegenaan… Deze hele organisatie draaide in niet geringe mate op een vrijwillig deel en een deel met functionarissen, aangesteld door iedere gemeente. Als je meedeed aan de bescherming van een blok huizen of een hele wijk dan was je vrijwilliger. Had je een speciale taak dan hoorde je bij de Dienst, die ik de afkorting LBD geef. Per gemeente had je verschillende diensten. Uit de briefwisseling die ik ontdekte op het archief van Amersfoort werd mij duidelijk dat de samenwerking tussen die onderdelen althans in die gemeente helemaal niet zo soepel verliep. Dat vertel ik wel in de komende berichten. Voor een algemene indruk weet je nu tenminste, dat er een Vrijwilligersdeel was van mensen, die meestal zeer direct betrokken waren op en bij de wijk die zij beschermden. Logisch, als het gaat om je eigen huis dat tegen luchtaanvallen beschermd moet worden.

Luchtbeschermingsdienst Amersfoort
Fischer publiveert zijn eerste ‘Algemene Order’ in 1935. Een deel van die tekst kun je hier lezen. Als dit allemaal echt begint is het dus rond 1936. In de gemeente Amersfoort heeft men (B&W) ervoor gekozen om de dienst-aspecten onder te brengen bij functionarissen met een militaire achtergrond, zeker als het gaat om de aanstelling van een Hoofd van die LBD. In de krabbel bij dit document valt te lezen, dat eind jaren ’20 al een Hoofd was aangewezen, ene heer W. van Haselen. Vermoedelijk gaat het om de commandant van de Brandweer, Wijnand van Haselen, die enkele jaren later met een smoesje van de NSB burgemeester Harloff zijn ontslag kreeg. Maar daarover heb ik in latere documenten nooit meer iets teruggevonden, dus tel ik persoonlijk H.A. Fischer als de eerste, bijna 10 jaar later. Vanwege de behoefte aan organisatie werd de stad ingedeeld in 3 vakken. De LBD zou elk vak verdelen in Wijken en stelde Vakleiders en Wijkleiders aan.

Als ik zeg, dat de samenwerking met de vrijwilligers niet soepel verliep dan is daarvoor nog een andere belangrijke reden aan te wijzen: gebrek aan geld. De overheid wekte grote verwachtingen met het instellen van een Dienst en stelde hoge eisen aan wat die functionarissen moesten presteren, zonder daarvoor echter de nodige middelen ter beschikking te stellen. Waar hebben we dat vaker gehoord? In de praktijk kwam het erop neer dat functionarissen de druk die hen van hogerhand werd opgelegd (B&W en Ministerie samen) doorspeelden naar de vrijwilligers, die natuurlijk ook met lege handen stonden en vaak met de hakken in het zand. Geen geld voor schuilkelders, dus die kwamen er niet. Luchtdoelgeschut, dat moest er wel zijn, maar ook dat kwam niet. Alle gebouwen zouden versterkt moeten worden, maar als dat al zo was dan werd dat uitsluitend uit eigen zak betaald. En wie was er zo rijk?? Kortom: de overheid bleef in gebreke en dat beleid creëerde zo spanningen tussen de leden van de luchtbescherming, vrijwilliger of niet. Dat spanningsveld maakte ook mijn opa mee, die als derde Hoofd van de Luchtbeschermingsdienst aantrad. Maar daarop wil ik nog niet vooruitlopen.
Het Hoofd van de LBD maakt plannen
In 1936 was het Hoofd LBD dus de heer H.A. Fischer, voormalig militair. In keurig handschrift beschreef hij een document van 8 of 9 pagina’s welke “Algemeene Bepalingen” moesten gelden voor een LBD en hoe dit georganiseerd moest worden. 8 of 9, omdat ik een notitie vond die tussengevoegd was, waarin sprake van “Openbare Schuilplaatsen”. (zie afb) Of ze er allemaal gekomen zijn weet ik niet. Dat ze nodig waren lijkt me nogal wiedes. In zijn verhaal gaat Fischer er nog van uit, dat Amersfoort behoort bij de tweede gevarenklasse, maar mijn opa is nog niet begonnen of dat wordt opgeschroefd tot eerste gevarenklasse. Je mag stellen, dat Amersfoort met zijn spoorweg trajecten, militaire Infanteriekazernes (de stad was destijds de grootste garnizoensstad van Nederland) en fabrieken behoorde tot een van de cruciale steden in Midden Nederland. De verwachting groeide dat een vijand wel eens precies door dit gebied en zelfs door de stad kon trekken op weg naar de hoofdstad en de kust. We weten nu allemaal wie dat was…. In 1937 begon al vrij duidelijk de mogelijkheid van een Duits offensief te dagen.

Daarom moet er – zo meldde Fischer – snel gehandeld kunnen worden. Er moet een radiocentrale komen, die in een ogenblik met allerlei posten verbinding maakt. Het hoofd van de LBD moet met een codewoord (in Amersfoort is dat “Johan van Oldenbarneveldt” lees maar na waarom dat logisch was), alarm kunnen slaan en het netwerk in werking stellen, waarbij ook auto’s en motorrijtuigen ter beschikking worden gesteld. Luchtwachtposten moeten waarschuwen voor vliegtuigen, aangevuld met uitkijkluisterposten in gemeenten + 40 K.M rondom Amersfoort. (Nunspeet, Apeldoorn, Arnhem, Nijmegen, Zaltbommel, Schoonhoven, stelt Fischer voor). Die moeten dan beweging en richting van de luchtvaartuigen melden aan het hoofd LBD Amersfoort. En dat geldt natuurlijk wederzijds. Ook in Amersfoort zelf, op de Pyramide van Austerlitz, en op het Belgisch Monument zijn uitkijk-luisterposten. Een speciale is die op de Onze Lieve-Vrouwe-Toren, ofwel de Lange Jan met 98 meter en 365 traptreden. Waarom die speciaal is merk je in volgende blogberichten. In elk geval gaat de opdracht tot verduistering uit van het ‘Hoofd LBD’, en dat kan worden opgevoerd tot een Luchtalarm. Nogmaals waarschuwt hij voor gasziekten bij deze aanvallen en wil dat een gasverkenningsdienst wordt opgericht.

De stadsarchitect Van der Tak krijgt opnieuw opdracht om alles door te rekenen en doet daarvan in februari 1937 verslag. Het is aardig om te zien en in mijn ogen voorbeeldig hoe ambtelijke communicatie verloopt. Je ziet, hoe de burgemeester (Van Randwijck) dit verslag min of meer overneemt en het als advies en verzoek om geldelijke steun opstuurt naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken en hoe vervolgens dat Ministerie dan weer de bal terugspeelt met als boodschap: “Geen geld, ga maar uit van zelfbescherming“. Op de zeer leerzame website ‘Luchtgevaar’ lees je hoe zelfbescherming speels en voor weinig geld werd opgelost…. We zijn dan een half jaar verder en er is dus nog niks geregeld. Op 28 oktober 1937 is er een rapport van Fischer over de Maatregelen BB tegen Luchtaanvallen. (Inderdaad, later zou de dienst worden omgedoopt tot BB), maar het moet 1938 worden vooraleer dat leidt tot een ‘Algemene Order‘. Amersfoort maakt voortaan deel uit van de Luchtverdedingskring Utrecht Soesterberg.
Er wordt klaarblijkelijk druk vergaderd over alle Luchtbeschermingsactiviteiten en 2 hoofdpunten komen naar voren, te weten ‘Hoeveel wordt er betaald?‘ en ‘Kan ik dan onder dienstplicht uit?‘. Mij dunkt, dat Fischer er behoorlijk genoeg van had. Ik zie geen officieel afscheid van dit hoofd van de LBD, maar ergens in 1938 blijkt hij een nieuwe opvolger te hebben gekregen: Majoor JHA Jacometti. Ook hij doet een dringend beroep op de overheid om de gevraagde bescherming ook te bekostigen. De plannen van Fischer verlangen een aanpassing, maar daarover zal ik het later hebben.
Op 14 februari van dat jaar blijkt mijn opa met zijn gezin een nieuwe woning te hebben betrokken aan de Van Hogendorplaan nummer 7 in Amersfoort.


Zonder echt zichtbare vorderingen in het organiseren van de luchtbescherming komt er op 28 september wel een telegram binnen bij B&W Amersfoort. Het is namens Minister van Binnenlandse Zaken Van Boeyen en luidt: “Luchtbeschermingsmaatregelen treden in werking bij telegram oproeping voormobilisatie tijdstip ingang lichtdooving met oog op luchtbescherming zal nader worden bevolen“. De volgende dag voegt hij daar nog een uitgebreid telegram aan toe met betrekking tot het gebruik van de radiocentrale voor alarmering.

Het begint te dringen
Begin oktober 1938 een interne communicatie tussen Burgemeester van Randwijck en zijn secretaris Kaan, omdat de heer Jacometti heeft aangegeven dat hij niet langer kan fungeren als Hoofd van de Luchtbeschermingsdienst. Dat moet je volgens mij zien in het kader van de internationale ontwikkelingen en niet zozeer uit frustratie over de overheid of wat dan ook. Simpelweg: Ik meldde al ‘Majoor Jacometti’ en op zijn wikipedia pagina staat ook dat hij zich wegens de oorlogsdreiging in 1939 beschikbaar voor het Nederlandse leger en dus die functie niet langer kon combineren met andere taken. Op 30 september 1938 annexeert Hitler het Sudetenland en is zonneklaar waar het heen gaat in Europa.
In ’38 vraagt Jacometti in Amersfoort nog om ‘iemand ter assistentie en als Plaatsvervanger’. Stiekem had ik verwacht, dat daar de naam van mijn opa bij zou staan, maar dat is niet zo. Ze noemen wel iemand – ene Brouwer – die thuis is op het gemeentehuis en op allerlei gebied bekwaam is. Ook die is echter militair of oproepbaar als zodanig, dus geen zekere factor. In de notitie schrijft van Randwijck: “Dwz: er wordt nu gezocht naar een ander. Ik geef in overweging: liefst uit de burgerij.” Opa is op dat moment 52 en burger, dus dat zou kunnen hebben meegespeeld. Het zou echter nog bijna een jaar duren tot het zover is.

Binnenkort
Ik geloof dat je wel een beeld hebt gekregen van de LBD en haar ontstaan. Het heet niet voor niets PLANNEN, want de werkelijkheid bleek zoals altijd een stuk weerbarstiger te zijn, hetgeen met name de opvolger van Jacometti, Willem Frederik Engel senior, een aantal malen pijnlijk moest ondervinden. Voordat ik zover ben wil ik nog zo’n ‘basisartikel’ toevoegen om later naar te verwijzen, namelijk enige uitleg over de feitelijke organisatie van de luchtbescherming in Amersfoort. Daar bovenop vind ik dat Jacometti er recht op heeft een eigen artikel te krijgen, ook al heeft hij al een eigen wikipedia (of juist daarom), dat ik de titel ‘Het jaar van Jacometti‘ zal geven. Dat zal de overgang van 1938 naar 1939 zijn, wanneer de spanningen in Europa en dus ook in Nederland, nóg hoger oplopen. Het verhaal van Opa Wim Engel senior gaat weer verder als hij kandidaat wordt om Jacometti op te volgen, daarbij geholpen door zijn al bestaande betrokkenheid bij de NVL en zijn eigen aanbod aan de minister om een bijdrage te leveren.


